Dorpsstraat 60-62 werd in 1795 al bewoond, de bouwdatum is onbekend. Er hebben vanaf de 18e eeuw een paar generaties schoenmakers in gewoond. In 1910 is het grondig verbouwd in opdracht van de Nederlandsche Centraal Spoorweg Maatschappij tot 'Woning met Factory te De Bilt'. 

Een factory was een handelsnederzetting, in dit geval voor de tramlijn Utrecht-Zeist. In de factory kon men kaartjes kopen voor de tram naar Utrecht of naar Zeist en men kon er pakketjes afleveren die naar één van beide plaatsen gebracht moesten worden. Bij de grote verbouwing in 1910 werd een pompinstallatie aangebracht die water naar het grote waterbassin op de 2e verdieping bracht. Dat water werd gebruikt om de tramsproeiwagens van water te voorzien. Sproeiwagens werden regelmatig ingezet om het stof dat door de tram werd opgestoven van de straat te spoelen. Het pand heeft nog steeds muren van 30cm dik beton, nodig om het enorme gewicht aan water te kunnen dragen.

Het bleef tot ruim na de tweede wereldoorlog in gebruik als goederenoverslag (en woning) door onder meer van Gend & Loos.